Mineralen in voeding zijn er nogal wat! We kennen er meer dan 20! Daarom leek het mij handig om een overzicht van de mineralen te maken. Dit artikel geeft een korte samenvatting per mineraal. Ik heb 6 mineralen in een apart artikel behandeld. Wil je meer weten over dat mineraal, klik dan op de naam! Dan ga je door naar het betreffende artikel.

Wat zijn mineralen?

Mineralen zijn bouwstoffen voor ons lichaam. Ze komen voor in de aardbodem en in plantaardige en dierlijke producten. Het lichaam kan zelf geen mineralen maken. We moeten ze dus halen uit onze voeding. Ze leveren net als vitamines geen energie aan ons lichaam. Je komt er dus niet van aan als je ze Het verschilt per mineraal wat ze doen voor ons lichaam en hoeveel je er van nodig hebt.

Mineralen in voeding

De mineralen die in onze voeding aanwezig zijn, zijn de volgende:

Calcium

Calcium zorgt ervoor dat je gebit en botten stevig zijn. Ook zorgt het ervoor dat je spieren goed functioneren. Het geleid prikkels naar de zenuwen. Verder is calcium betrokken bij de bloedstolling, celgroei en hormoonstofwisseling en draagt het bij aan de energievoorziening.

Fosfor

Net als calcium geeft fosfor stevigheid aan je gebit en botten. Verder is fosfor nodig voor de koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling.

Jodium

Jodium is belangrijk voor de productie van schildklierhormonen. Deze hormonen zijn belangrijk voor de groei en de stofwisseling.

Kalium

Kalium regelt de vochtbalans en de bloeddruk. Het heeft een voordeel voor de bloeddruk aangezien het het bloeddrukverhogend effect van natrium tegenhoudt. Ook zorgt kalium voor het goed geleiden van zenuwprikkels en is het noodzakelijk voor het samentrekken van de spieren.

Natrium

Natrium zorgt samen met kalium voor de vochtbalans en de bloeddruk. Ook zorgt natrium net als kalium voor het goed geleiden van zenuwprikkels en het samentrekken van spieren.

Ijzer

Ijzer is een bestanddeel van hemoglobine dat weer een onderdeel is van rode bloedcellen. Daardoor speelt ijzer ook een belangrijke rol in de stofwisseling en het zuurstoftransport in het bloed. Daarnaast ondersteunt ijzer het immuunsysteem.

Chloor

Chloor is belangrijk voor de vochthuishouding in ons lichaam (samen met natrium en kalium) en komt met name voor in keukenzout. Een tekort aan chloor komt zelden voor, ook als je een zoutarm dieet volgt is de kans erg klein op een tekort. Sommige mensen hebben wel een overschot aan chloor. Bij te veel chloor kun je last krijgen van oedeem. Je lichaam houdt veel vocht vast waardoor je een hoge bloeddruk krijgt.

Chroom

Chroom is een bestanddeel van insuline en speelt een belangrijke rol in de stofwisseling. Ook helpt het bij het handhaven van het bloedsuikergehalte. Chroom zit vooral in groenten, fruit en volkoren graanproducten. Het zit ook een beetje in vlees en zuivelproducten. In Nederland komen, voor zover bekend, tekorten aan chroom niet voor. Er zijn ook geen schadelijke gevolgen ontdekt bij een hoge inname van chroom.

Fluor

Beschermt het gebit tegen tandbederf en komt veel voor in de meeste tandpasta’s. Daarnaast komt het ook voor in thee en zeevis. Bij een tekort heb je dus kans op tandbederf maar ook te veel fluoride is niet goed. Sommige mensen gebruiken fluoride tabletten maar hierdoor kun je bruine strepen op je tanden krijgen en kunnen nieren, botten, zenuwen en spieren worden aangetast.

Koper

Koper is betrokken bij de vorming van bindweefsel en botten. Ook is koper betrokken bij pigmentatie van huid en haar en is het van belang voor een goede weerstand. Koper zit vooral in orgaanvlees, zeevis, schaal- en schelpdieren, noten en graanproducten. Groente, fruit en cacaoproducten bevatten ook koper. Een tekort komt in Nederland, zover bekend, niet voor. De kans dat je te veel koper binnen krijgt is ook erg klein. Je kunt dan last krijgen van geïrriteerde darm- en slijmvliezen waardoor je misselijk kunt worden of diarree kunt krijgen. Mensen met de ziekte van Wilson hebben wel snel te veel koper en zij moeten dan ook op een koper-beperkt dieet.

Magnesium

Magnesium is een belangrijk mineraal! Een tekort kan zelfs leiden tot depressie en slaaptekort. Het speelt een rol bij de energiestofwisseling, is nodig voor de botopbouw, de overdracht van prikkels naar de zenuwen en spieren en het is belangrijk voor het metabolisme. Magnesium komt voor in brood en graanproducten, groente, melk en melkproducten en vlees. Te veel magnesium kan leiden tot diarree. Bij een magnesiumtekort kan er sprake zijn van irritatie van de zenuwen in de spieren, hartritmestoornissen, maagkrampen en vermoeidheid.

Mangaan

Mangaan is nodig voor de vorming van botweefsel en is betrokken bij de eiwitstofwisseling. Daarnaast beïnvloedt het de bloedsuikerspiegel. Het zit in volkoren graanproducten, thee, groente en fruit. Een overschot komt zelden voor en over de effecten van een tekort is weinig bekend.

Molybdeen

Molybdeen is betrokken bij de opbouw en afbraak van eiwitten. Het komt voor in melkproducten, graanproducten en peulvruchten. Een tekort is nog nooit bij mensen aangetroffen en de kans dat je te veel molybdeen binnen krijgt is ook erg klein. In dat geval kan het voorkomen dat je extra koper verliest via je urine.

Nikkel

Er is weinig bekend over de functie van nikkel. Het zou een rol spelen in de glucose-, vet- en ijzerstofwisseling. Het komt voor in groenten, noten, chocolade en drop.

Selenium

Selenium heeft een reinigende werking: het maakt de zware metalen die via verontreinigd voedsel binnen komen minder giftig. Het zou ook prostaatkanker kunnen remmen/voorkomen. Selenium zit in zowel plantaardige als dierlijke producten. Het is wel afhankelijk van hoeveel selenium er in de bodem is. Aan veevoer wordt het vaak toegevoegd waardoor het meeste vlees selenium bevat. Een langdurig ernstig tekort kan er voor zorgen dat je last krijgt van hartstoringen, spierpijn en spierzwakte. Bij te veel selenium worden haren en nagels broos, heb je sneller huidbeschadigingen en kun je aandoeningen van het zenuwstelsel krijgen.

Zink

Zink is betrokken bij de stofwisseling. Het is ondermeer nodig bij de opbouw van eiwitten, de groei en ontwikkeling van weefsel, en een goede werking van het afweer-/immuunsysteem. Ook zorgt het voor gezonde botten, haar en huid, en een goed geheugen. Zink zit in kaas, vlees, graanproducten, peulvruchten, noten en schaal- en schelpdieren. Zover bekend komt er geen tekort of overschot voor in Nederland.

Overige mineralen

Andere mineralen zijn nog:

  • Kobalt (bestanddeel van vitamine B12)
  • Silicium (niet helemaal zeker maar men vermoedt dat het een rol speelt bij de vorming van bindweefsel en bot)
  • Tin (speelt mogelijk een rol bij de eiwitopbouw)
  • Vanadium (Speelt vermoedelijk een rol in de vet- en cholesterolstofwisseling en bij de opbouw van botten en gebit)
  • Zwavel (Is een bestanddeel van elke lichaamscel en komt voor in eieren en koolsoorten)
  • Arsenicum
  • Cadmium
  • Lood